Bijtellingsregels

Onder bijtelling wordt verstaan het bedrag dat de fiscus bij het loon optelt als een ‘auto van de zaak’ privé gebruikt wordt. U hoeft dit alleen te betalen naarmate het privégebruik meer dan vijfhonderd kilometer per kalenderjaar is. Het algemene bijtellingspercentage ligt momenteel op 25 procent van de cataloguswaarde van de auto. Daarnaast is het afhankelijk van de mate van CO2-emissie of er sprake kan zijn van verlaagde bijtelling. De overheid zal het bijtellingspercentage in de periode 2017-2020 naar alle verwachting verlagen naar 22 procent.
In het jaar 2016 kennen we drie categorieën van verlaagde bijtelling, behalve het algemeen geldende bijtellingspercentage van 25 procent zijn er drie soorten: vier procent voor de volledig elektrische auto, 15 procent voor de semi-elektrische auto en 21 procent voor de zuinige auto. In de plannen voor 2017-2020 zal uiteindelijk alleen de vier procent verlaagde bijtelling in stand blijven.
Het bijtellingspercentage dat vanaf de eerste rijdag geldt, blijft gedurende zestig maanden van kracht, ook als de auto tussentijds van eigenaar zou wisselen. Met ingang van 2017 wordt na de termijn van zestig maanden bezien of de auto nog in aanmerking kan komen voor de verlaagde bijtelling in het kader van de dan heersende regels.
Auto’s van voor 1 juli 2012 vallen onder de oude regeling, hierbij verdwijnt de onbeperkte geldigheidsduur van het verlaagde bijtellingspercentage. Voor de voertuigen van vijftien jaar en ouder is de youngtimer-regeling van kracht. Deze hebben een algemeen bijtellingspercentage van 35 procent van de dagwaarde van de betreffende auto. Dit percentage kan lager uitpakken in het geval de CO2-uitstoot relatief laag uitvalt.